Mijn vader is aangekomen op het laatste stukje van zijn reis hier op aarde. Hij heeft zich, net als wij, te verhouden tot de wetenschap te zullen gaan sterven. Wat overblijft is een groot niet-weten. Zekerheden verdwijnen als sneeuw voor de zon. Wat houvast leek blijkt een illusie, enkel bestaand uit denkbeelden. Een beeld sterft, kennis verdwijnt, een ziekte dwingt hem op de knieën.
Ik kijk naar mijn vader, 80 jaar oud, en zie opeens een kleine jongen. Zijn ogen glimmen. Weerspiegelen een leven wat ten volle is geleefd. Een puurheid en een wijsheid die ik niet eerder zag worden zichtbaar. Zijn geheugen laat hem in de steek. Gedachten, namen, herinneringen vallen weg…. Om plaats te maken voor iets nieuws. Hij lijkt wel een engel, in zijn witte hemd, met zijn witte haar, in een wit dekbed. Blauwe ogen tussen roze orchideeën. Ik schiet vol. Wat ik zie is pure onschuld. Ontwapening. Mijn vader, en een kind. Net wakker, herboren. Zijn ziekte schenkt hem overgave.
We zitten samen in de tuin, luisterend naar de merel. Geluiden van vroeger. Stilte. Aanwezig. “Je bent goed zoals je bent”, zegt hij. Zijn woorden en stem spreken onvoorwaardelijke Liefde. Even verdwijnen de grenzen, tussen dochter en vader. Voorbij de dochter. Voorbij de vader, blijft er enkel Liefde over.
En ik kijk naar mijn vader die gaat sterven en opnieuw geboren wordt.